← Kennisbank · Domeinnamen

DNS-records uitgelegd: A, AAAA, CNAME, MX en TXT

DNS is het telefoonboek van het internet: het vertaalt je domeinnaam naar de juiste servers. Dat regel je met DNS-records. Dit zijn degene die je het vaakst gebruikt.

A en AAAA: verwijzen naar een server

Een A-record koppelt je domein aan een IPv4-adres (zoals 45.91.123.4), een AAAA-record aan een IPv6-adres. Zo bereiken bezoekers je website.

CNAME: een alias

Een CNAME laat een naam naar een andere naam wijzen in plaats van naar een IP. Handig voor subdomeinen, bijvoorbeeld www naar je hoofddomein, zodat je het adres maar op één plek beheert.

MX: waar je e-mail heen gaat

MX-records vertellen welke mailservers de e-mail voor je domein verwerken. Zonder correcte MX-records komt mail naar je domein niet aan.

TXT: tekst en verificatie

TXT-records bevatten vrije tekst. Ze worden gebruikt voor onder meer domeinverificatie (Google, Microsoft) en e-mailbeveiliging zoals SPF, DKIM en DMARC, die voorkomen dat anderen jouw adres vervalsen.

NS en TTL, kort

NS-records bepalen welke nameservers gezaghebbend zijn voor je domein. De TTL (time to live) zegt hoe lang een record gecachet mag worden; verlaag hem vóór een geplande wijziging zodat aanpassingen sneller doorkomen.

Veelgestelde vragen

Ik wijzigde een record maar zie nog niks. DNS-wijzigingen moeten propageren; reken tot de TTL (vaak enkele uren).

Waar beheer ik dit? In je controlepaneel, bij de DNS-instellingen van je domein.

A-record of CNAME voor www? Een CNAME naar je hoofddomein is meestal het makkelijkst: je past het IP dan maar op één plek aan.

Klaar om te starten?

Zoek je domeinnaam en registreer hem in enkele minuten.

Zoek je domein